7 OKTOBER 2011

Mooi,prachtig,subliem

Het klassieke schoonheidsideaal is in de kunst lange tijd geassocieerd met conservatisme. Maar moderne kunst mag weer schaamteloos mooi zijn, blijkt uit een expositie in het Zwolse Museum De Fundatie.

Wat is dit subliem, dacht schrijver en kunstcriticus Hans den Hartog Jager, toen hij in 2004 in de Turbine Hall van Tate Modern in Londen een enorme gele bol zag hangen. Hij was niet de enige. In ruim twee maanden tijd waren al bijna een miljoen bezoekers komen kijken naar 'The Weather Project' van kunstenaar Olafur Eliasson. Overal op de vloer lagen mensen die zich koesterden in de uit lampen opgebouwde zon.

Daar stond Hans den Hartog Jager dan, de moderne-kunstcriticus, in het besef dat schoonheid er al jaren niet meer toe deed in de moderne kunst. Want schoonheid was verdacht, omdat ze niet vernieuwend was.

Dat was ook precies de reden van de kloof die was ontstaan tussen het grote publiek en hedendaagse kunst, die zelden schoonheid als hoogste doel nastreefde en soms bewust lelijk was. Natuurlijk wilde Eliasson met zijn zon het publiek ook aan het denken zetten, maar toch was zijn installatie ook gewoon mooi. En het gekke was dat Den Hartog Jager zich verbonden voelde met al die bezoekers, van wie de meesten waarschijnlijk alleen maar dachten: wat is dit mooi. Zonder dat ze allerlei diepere gedachten hadden, omdat schoonheid voor hen het enige echte doel is van kunst. "We worden verbonden door schoonheid", realiseerde Den Hartog Jager zich. "Maar mag hedendaagse kunst mooi zijn?"

Nu is er een tentoonstelling in Museum De Fundatie in Zwolle, waar Hans den Hartog Jager wil laten zien dat schoonheid terug is in de hedendaagse kunst. Niet in de zin van simpelweg mooi, maar in de gedaante van het sublieme, een begrip uit de romantiek. Het sublieme overstijgt de esthetische ervaring en roept ook angst en verbijstering op, gaat het bevattingsvermogen te boven. Die combinatie van schoonheid en gevaar maakt sublieme kunst niet per se gemakkelijk of prettig.

Een tentoonstelling over het sublieme in de hedendaagse kunst in een museum in Zwolle. Dat ligt niet voor de hand.
"Soms moet je gewoon geluk hebben. Twee jaar geleden vroeg directeur Ralph Keuning van Museum De Fundatie of ik een tentoonstelling wilde maken. Het onderwerp mocht ik zelf kiezen. Ik aarzelde, want moet je dat als kunstcriticus wel willen?

"Keuning stelde voor me een keer rond te leiden en nam me mee langs een zaaltje met Ter Borchs ('schitterend', zei Keuning), een Mondriaan ('vind je 'm niet mooi?'), een Picabia ('prachtig, h?') en dan had hij ook nog nog een Severini en een Turner. Een Turner? Ik had nog nooit een olieverfschilderij van William Turner in een Nederlands museum gezien. En dan hebben ze er n in Zwolle! Een zeestuk dat alles heeft wat Turner zo beroemd heeft gemaakt: schuimende golven en een zinderende lucht doortrokken van oranje en geel.

"Toen moest ik ineens aan de zon van Eliasson denken. Allerlei overeenkomsten vielen me op. De fascinatie die Eliasson met Turner deelt voor de elementen. Allebei confronteren ze de toeschouwer graag met zijn eigen nietigheid. Ze maken mooi werk met een schoonheid die je niet in slaap wiegt maar prikkelt en je confronteert met de grenzen van je bestaan.

"Over schoonheid in de hedendaagse kunst had ik na mijn bezoek aan de zon van Eliasson niet meer nagedacht. Het onderwerp was wel in mijn achterhoofd blijven knagen, maar elke keer als ik een tentoonstelling bezocht van hedendaagse kunst, leek schoonheid me uit handen te worden geslagen. Er was geen peil op te trekken. Je zag kunst die welbewust lelijk was maar ook opvallend mooie dingen. De enige conclusie die je kon trekken was dat er nauwelijks meer een norm voor schoonheid leek te bestaan."

Maar schoonheid is toch ook een subjectieve beleving?
"Er bestaan geen objectieve normen voor schoonheid. Toch kom ik ook nooit iemand tegen die het bestaan van schoonheid in de kunst ontkent. Keuning gebruikte tijdens de rondleiding woorden als mooi, prachtig en bijzonder, ongeacht of het om een Mondriaan, Picabia of klassieke Canova ging. Het mooi bij Canova was op een andere manier mooi dan het prachtig van Mondriaan of schitterend bij Turner. Keuning en ik vonden het niet nodig die verschillen nader uit te werken.

"Kennelijk waren we, ondanks ons verschil in smaak, er diep in ons hart van overtuigd dat deze werken raken aan een soort universele kwaliteit. Toen dacht ik: ik moet die tentoonstelling over schoonheid in de hedendaagse kunst toch maar gaan maken. En dan neem ik het schilderij van Turner als ankerpunt."

Dat is ook het enige schilderij op deze tentoonstelling, die naast enkele tekeningen wordt gedomineerd door videofilms, fotografie en conceptuele installaties.
"Ik wil de schilderkunst niet afvallen, maar het gaat over de rol van schoonheid in de hedendaagse kunst. Wat ik laat zien, moet echt van deze tijd zijn."

Werpt dat niet een drempel op voor het grote publiek dat video al gauw associeert met trage, weinig toegankelijke kunst?
"Daar ben ik me van bewust en daarom heb ik geen films van twee uur genomen, maar hooguit een kwartier. Ik heb ook gekozen voor aansprekende films die je meteen meezuigen.

"Bij Guido van der Werve is dat het filmpje van de ijsbreker. En we hebben een handleiding gemaakt die bezoekers meekrijgen en waarin elk werk wordt toegelicht, zodat mensen niet rondlopen met de vraag: wat stelt dit voor - wat helaas in musea nog te vaak voorkomt."

Hoopt u met deze expositie ook de kloof die is gegroeid tussen hedendaagse kunst en het grote publiek, een beetje kleiner te maken?
"Ik wil vooral laten zien welke rijkdom er schuilt in kunst. De kunst zit enorm in het verdomhoekje. Begrijp me goed, dit is geen offensief tegen de bezuinigingen. Maar kunst doet er net als religie wel degelijk toe. Kunst kan ons even wegtrekken uit de wereld van alledag, onze diepste emoties losmaken en ons de tijd even doen vergeten."

De expositie begint met Turner, die met de Duitse schilder Caspar David Friedrich als de eerste generatie romantische kunstenaars de natuur niet meer alleen maar mooi en beheersbaar afbeeldde, maar groots en overweldigend.

Turner laat de golven zo woest kolken dat de toeschouwer bij wijze van spreken meegesleurd wordt. Friedrich schilderde in 1808 een eenzame nietige monnik voor een donkere dreigende zee. Het klassieke schoonheidsideaal in de kunst waarbij het draait om harmonie en symmetrie, moest wijken voor schoonheid die gepaard gaat met ongemak, onbeheersbaarheid en gevaar.

Vanaf die tijd werd het klassieke schoonheidsideaal steeds vaker gezien als een teken van conservatisme. Na de Tweede Wereldoorlog kwam schoonheid in de kunst nog verder onder druk te staan. 'Schoonheid moest dood', aldus Den Hartog Jager in het boek dat hij schreef bij deze expositie.

De avant-gardekunstenaars wilden zich bevrijden van de oude schoonheidsidealen. "Toen Mark Rothko in 1970 zijn laatste doeken had geschilderd, was dat het einde van de schoonheid in de moderne kunst. Maar met kunst zonder enige esthetische prikkel bereik je uiteindelijk niemand meer."

Maar er is hoop: in uw boek constateert u dat hedendaagse kunstenaars zich toch weer richten op schoonheid. Ook uw tentoonstelling getuigt daarvan.
"Hoe ouderwets het ook klinkt, de bevrijdende schoonheid die voortkomt uit de romantische traditie van Turner en Friedrich vormt de belangrijkste basis voor alle kunst. En dan heb ik het over schoonheid die niet bevestigt, dempt of smoort, maar de toeschouwer prikkelt en aan het denken zet.

"Het is niet zo dat kunstenaars op dit moment massaal sublieme kunst maken. Toch zijn er de afgelopen jaren heel wat werken gemaakt, door internationale topkunstenaars als Eliasson, David Claerbout, Francis Als en Guido van der Werve, die allemaal veel sublieme elementen bevatten, zoals de grootsheid van de natuur, schoonheid, verheffing, dreiging en angst."

Wat opvalt is dat de natuur net als tijdens de Romantiek nog steeds een belangrijke inspiratiebron is.
"Sublieme kunst gaat vaak over grootsheid, zodat de mens met zijn nietigheid wordt geconfronteerd, en dan kom je al gauw uit bij de natuur of het heelal.

"Uniformiteit is ook een kenmerk. Een subliem beeld is zelden gevarieerd. Als een schilderij te veel informatie bevat, moet je geest zoveel verwerken en ordenen dat de grenzen van de geest niet meer ontstegen kunnen worden. Denk maar aan de schilderijen die Rothko aan het eind van zijn leven maakte. Die bestaan slechts uit twee delen: de bovenste helft is zinderend nachtzwart, de onderste helft diep dreigend donkergrijs. Dezelfde kleuren overigens als op het schilderij van de monnik van Friedrich."

Films, video en installaties zijn daarbij volgens Den Hartog Jager ook meer dan schilderijen d middelen om de kijker te overweldigen.

Sommige kunstenaars gaan daarbij erg ver. De Belgisch-Mexiaanse kunstenaar Francis Als is al bijna tien jaar op jacht naar tornado's om er een film over te maken. Als hij er een vindt, pakt hij een camera en stort zich in de kolkende luchtkolom. Jammer genoeg was de film niet beschikbaar voor de expositie.

Is het sublieme in de kunst van Turner en Friedrich helemaal weg geweest om nu weer terug te keren?
"Alleen in de decennia voor de Tweede Wereldoorlog is deze traditie verdrongen door de avant-garde. Na de oorlog stak het weer de kop op bij schilders als Willem De Kooning, Rothko en Newman om daarna terug te keren bij een kunstenaar als Bas Jan Ader.

"Nu is er een hele generatie die het sublieme nieuwe vorm en inhoud geeft. Het mooie is ook dat steeds meer grote musea er warm voor gaan lopen, zoals Tate met de zon en het Grand Palais in Parijs met de baarmoeder-installatie 'Leviathan' van Anish Kapoor."

Wat is voor u een van de hoogtepunten van deze expositie?
"De film 'The Long Goodbye' van David Claerbout. Ik hoop dat iedereen er naar gaat kijken. Ik krijg er tranen van in mijn ogen. Het gaat over afscheid nemen, over de dood. Het is iets heel anders dan de zon van Eliasson, maar deze film staat in dezelfde sublieme traditie: even raak je als kijker de controle kwijt."

Guido van der Werve,

William Turner

Miroslaw Balka,

David Claerbout,

'Nummer acht (Everything is going to be allright)', 2007.

IJzingwekkend kalm wandelt Guido van der Werve in deze korte film over de ijszee, op zijn hielen gezeten door een ijsbreker. Als toeschouwer kijk je ademloos toe: je zou hem willen waarschuwen voor het naderende gevaar.

(1775-1851), 'Wolken en water' (ongedateerd)

'Bambi (Winterreise)', 2003.

'TheLong Goodbye', 2007.

Turner laat wind, water en wolken met elkaar versmelten. Zijn verf schuimt en kolkt zo onstuimig, dat je als toeschouwer wordt meegezogen in het natuurgeweld dat Turner zo subliem heeft verbeeld.

Op een winterse dag maakte de Poolse kunstenaar Miroslaw Balka een film van deze hertjes die rondhuppelen in de sneeuw bij de hekken van het voormalige concentratiekamp Auschwitz. Schoonheid, onschuld en gruwel komen samen in n beeld. Navrant detail: Walt Disney's film 'Bambi' dateert uit 1942.

De video-installatie laat een vrouw zien op het terras van een villa. Ze schenkt thee en dat duurt lang, alsof de tijd wordt vertraagd. Ineens kijkt ze de toeschouwer aan, die schrikt. Maar ze zwaait vriendelijk. Op dat moment komt buiten beeld de zon in beweging en schuiven in hoog tempo schaduwen over de gevel, tot het beeld volledig donker wordt. Even ben je als toeschouwer helemaal weg van deze wereld.